Onlangs deed het Gerechtshof Amsterdam een interessante uitspraak in een zaak waarin het ging om de vraag of de architect zich met succes kan verzetten tegen sloop/wijziging van het door hem ontworpen pand.
Een projectontwikkelaar wilde de functie van een pand wijzigen van kantoorruimte naar woonruimte. Om dit te kunnen bewerkstelligen moest een deel van het pand worden gesloopt en van het niet te slopen gedeelte moest de zuidgevel worden gewijzigd.
De architect was het hier niet mee eens en stapte naar de rechter. Bij de rechter vorderde de architect dat de projectontwikkelaar zich onthield van iedere inbreuk op auteursrechten. De rechtbank wees de vordering van de architect af, waarop de architect naar het gerechtshof ging.
Het gerechtshof stelt voorop dat het kantoorpand een bouwwerk is dat valt onder de bescherming van de Auteurswet (artikel 10) en dat de architect rechthebbende is op de auteursrechtelijke persoonlijkheidsrechten. Vervolgens verwijst het gerechtshof naar artikel 25 van de Auteursrecht, waarin is bepaald dat de maker van een werk onder meer het recht heeft om zich te verzetten tegen:
- Een wijziging in het werk, tenzij de wijziging van zodanige aard is dat het verzet in strijd zou zijn met de redelijkheid;
- Elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welk nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid.
De architect stelde dat bij sloop/wijziging van een pand zijn belang in beginsel wint van het belang van de projectontwikkelaar, indien sprake is van aantasting van de eer of goede naam. Het gerechtshof verwerpt dit standpunt en oordeelt dat ook indien sprake is van aantasting de rechter op objectieve wijze dient na te gaan of aannemelijk is dat de maker van het aangetaste werk daardoor reputatieschade zal lijden.
Het gerechtshof komt, net als de rechtbank, tot het oordeel dat van een aantasting welk nadeel toebrengt aan de eer of goede naam van de architect geen sprake is. Het gerechtshof voert hiervoor de volgende argumenten aan:
- De architect moet er rekening mee houden dat er in de loop van de tijd in verband met functionele wijzigingen van de bestemming veranderingen nodig zijn, die zelfs tot (gedeeltelijke) aantasting van het werk kunnen leiden;
- Het gebouw is een kantoorpand dat bijna veertig jaar ongewijzigd is gebleven, ruim zeven jaar leeg heeft gestaan en op verzoek van de gemeente gaat voorzien in de behoefte aan woonruimte c.q. starterswoningen;
- De aantasting is niet lichtvaardig tot stand gekomen en de projectontwikkelaar heeft aannemelijk gemaakt dat de aanpassingen aan de niet vanaf de openbare weg zichtbare zuidgevel/achtergevel, bestaande uit grote(re) ramen, nieuwe entrees en balkons op de eerste etage, uitsluitend zijn gemaakt in het kader van de nieuwe woonfunctie.
Deze uitspraak toont aan dat het voor een architect niet eenvoudig is om zich te verzetten tegen sloop/wijziging. Sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden waaruit volgt dat de architect door de sloop/wijziging van het gebouw reputatieschade heeft geleden of zal lijden. Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact met ons op.
Bron: Hof Amsterdam 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4431.